Ik was drie dagen docent toen een coördinatrice mij vroeg een handvol lessen in een minor te geven.
Foto: Toma Tudor
“Wat moet er gebeuren?” vroeg ik.
“Presenteren”, zei ze, “een pluscursus.”
“Wat is dat, een pluscursus?”
“Dat hun niveau hoger wordt, nog hoger.”
“Is dat niet het idee achter het hele onderwijs?” vroeg ik.
“Dat is een moeilijke”, zei ze. Ze glimlachte dromerig zodat ik dacht dat ik in mijn argeloosheid een belangrijke onderwijs-filosofische kwestie had aangeroerd.
De strekking van de minor heb ik nooit volledig scherp gekregen, maar de ontvankelijkheid voor een pluscursus presenteren was niet zeer groot. Op de voorste bank zat een meisje, dat negentig minuten lang heel scherp naar mijn schoenen keek, bij elke stap, zodat ik twee keer op de gang ging controleren of er geen poep onder zat. De week daarop begon ze mij intens gemeen aan te staren. Ik dacht dat het persoonlijk was, maar toen hoorde ik een jongen haar toeroepen: “Lelijke heks, spring toch op je bezemsteel.” Als het volle maan is denk ik nog vaak aan haar en ik denk dat zij op momenten van volstrekte duisternis nog geregeld aan mij denkt. In mijn streven er een echte pluscursus van te maken, had ik het niveau tot ondoorgrondelijke hoogte opgevoerd.
Halverwege de module schreven de studenten een reflectie. Ik dacht dat ik er aan zou gaan, maar er was maar één reactie op mijn lessen. Een student schreef: “een hoogtepunt van deze minor was voor mij de pluscursus presenteren. Ik kan nu al vertellen dat ik vol verwachting uitzie naar de volgende lessen van deze docent .” Ik heb die jongen nooit weer gezien. In mijn verbeelding trekt hij met presentaties de wereld over. Voor afgeladen zalen. Op het hoogste niveau.
Marten Heijs is docent op de academie Financiën, Economie en Management.