Leestijd: 2 min

De Roestige geweren

Docent Roel Rietberg (60) geeft informatiemanagement aan de academie Marketing en Internationale Management (MIM). Al zijn kennis en enthousiasme over de Eerste Wereldoorlog doet echter soms vermoeden dat hij een geschiedenisdocent is.

De Roestige geweren

De Roestige geweren
Foto: Auke Pluim

Waar komt de passie vandaan?

“Mijn vader nam mij als kleine jongen vaak mee naar de grote plaatsen waar zich de Eerste Wereldoorlog heeft afgespeeld. Door hem ben ik geïnteresseerd geraakt in de geschiedenis. Het lijkt er op dat het overgaat van generatie op generatie. Mijn zoon heeft namelijk kort geleden besloten om geschiedenis te gaan studeren.”

Wat maakt jou een echte kenner?

“Ik vind mezelf een amateurhistoricus, met als ‘specialiteit’ de Eerste Wereldoorlog. Door mijn vader en het lezen van veel boeken ben ik meer te weten gekomen over de oorlog. Eind jaren ’90 kwam ik erachter dat een vriend van mij bijna dezelfde boekenkast had als ik. Het leek er bijna op dat hij mijn boekenkast had gestolen. We besloten om onze kennis te delen en gingen samen op reis door Europa. Door de jaren heen is de groep uitgebreid tot zeven heren, genaamd de Roestige geweren. De naam hebben we bedacht tijdens een museumbezoek. De wapens die daar werden verzameld, werden onzorgvuldig bij elkaar geplaatst. Wij kwamen tot de conclusie dat we enkel naar een hoop roestige geweren keken.“

Waarom geen Tweede Wereldoorlog?

“Ik weet er wel wat vanaf, maar ik vind de Eerste Wereldoorlog belangrijker voor de wereldgeschiedenis. Als je de Eerste en Tweede Wereldoorlog ziet als een voetbalwedstrijd, dan is de Tweede Wereldoorlog een verlenging van de eerste met veel meer rode kaarten en blessures. Je kunt de twee oorlogen niet los van elkaar zien. Door de Eerste Wereldoorlog is er veel veranderd in de wereld. Tot onze schrik zie je weer veel overeenkomsten met deze tijd. Wereldwijd gebeuren er weer veel gekke dingen.”

Wat doe je nog meer met al deze kennis?

“De afgelopen twintig jaar heb ik geregeld lezingen en soms rondleidingen gegeven. Deze maand ga ik met een groepje docenten naar een gebied in België. Ik laat groepen een veelvoud van bezienswaardigheden en overblijfselen van de eerste wereldoorlog zien: onder meer loopgraven, kerkhoven en kratermeren zien die door grote ontploffingen zijn ontstaan. Voor toeristen lijkt het een gewoon meer, maar er zit vaak een indrukwekkend verhaal achter. Met mijn kennis en enthousiasme probeer ik ze een andere kijk op de oorlog te geven.”

Lees ook: