Leestijd: 2 min

Fraude of slachtoffer van afkijkende broer?

Twee ingevulde toetsen, waarvan zowel de goede als de foute antwoorden sprekend op elkaar lijken. Het is verdacht. De examencommissie van de betreffende academie spreekt zelfs van fraude.

Fraude of slachtoffer van afkijkende broer?

Fraude of slachtoffer van afkijkende broer?
Foto: ssalonso

De Saxion-studente heeft er geen verklaring voor waarom haar toetsantwoorden en die van haar broer zoveel op elkaar lijken. Ze heeft hem tijdens het tentamen niet eens gezien. Nadat broer en zus twee jaar geleden werd verzocht om niet naast elkaar te gaan zitten in het toetslokaal, zorgt ze er immers altijd voor dat ze een eindje bij hem uit de buurt zit. Zo ook deze keer. Zelf is ze voorin het lokaal gaan zitten. Waar haar broer zat? Ze heeft geen idee.

 

Geen verklaring

Toch lijken haar toetsantwoorden en die van haar broer sprekend op elkaar. Zelfs de foute antwoorden vertonen overeenkomsten. De corrector merkt de vele gelijkenissen op en slaat alarm. Broer en zus moeten voor de examencommissie verschijnen. Er wordt hen fraude ten laste gelegd. Beide studenten worden gehoord, maar een plausibele verklaring voor de vele overeenkomsten blijft uit.

Opvallend genoeg legt broer zich neer bij het oordeel van de examencommissie. Zijn zus niet. Ze gaat in beroep en doet geëmotioneerd haar verhaal voor het College van Beroep voor examens (Cobex). "Ik heb een hoger cijfer dan hij gehaald. Dan lijkt het me toch duidelijk dat ik niet bij hem heb afgekeken?", klinkt het. De rechter vraagt of ze daarmee misschien wil zeggen dat haar broer wel heeft afgekeken bij haar en zij niet bij hem. "Dat is wat ik zeg", luidt het antwoord.

 

Onrecht

Het roept een vraag op bij de rechter wie er wordt bestraft: de afkijker of degene bij wie er wordt afgekeken. Een vertegenwoordiger van de examencommissie legt uit dat de omstandigheden waarop die beslissing wordt gemaakt verschillen. Daarom worden beide partijen gehoord. In dit geval hadden beiden echter geen verklaring. "Terwijl we ze alle kans hebben gegeven om te vertellen wat er is gebeurd."

De studente hoort het verhaal aan, maar houdt het gevoel dat haar onrecht wordt aangedaan. Dat maakt ze vlak voor het sluiten van de zitting ook duidelijk. "Ik weet dat ik in mijn recht sta. Desnoods ga ik opnieuw in beroep."

De uitspraak volgt binnen tien werkdagen na de zitting.

Lees ook: