Leestijd: 4 min

‘Moeten we dit eigenlijk wel echt willen?’

Menno Lanting, bekend van boeken als ‘Iedereen CEO’ en ‘De slimme organisatie’ sloot donderdag de conferentie van de Academie Mens en Arbeid (AMA) af met zijn visie op de werknemer van de toekomst. De AMA vierde met de conferentie ‘De Werknemer van de Toekomst’ haar 35e verjaardag.

‘Moeten we dit eigenlijk wel echt willen?’

‘Moeten we dit eigenlijk wel echt willen?’
Foto: Eva Zeilstra

“De werknemer van de toekomst. Ik struikel meteen over twee generalisaties: de werknemer en de toekomst. Werkelijk álles wat met toekomst te maken heeft, stikt van de paradoxen en derhalve ga ik hier vandaag geen opheldering geven. Hooguit meer verwarring creëren” stelt Lanting, nog in de eerste vijf minuten van zijn keynote. En dat zet de zaal meteen op scherp. Hoezo verwarring? In een hoog tempo neemt hij ons mee langs de verschillende paradoxen waarmee we te maken krijgen als we na willen denken over hoe de medewerker van de toekomst eruit ziet. “We hebben het over technologie en over de toekomst maar we hebben altijd de neiging om impact van nieuwe technologie op korte termijn te overschatten, terwijl we de impact van dezelfde technologie op lange termijn juist onderschatten”.

Technologie en de mens

Lanting is van mening dat we de technologie misschien ook wel verkeerd gebruiken. Dat we het menselijke aspect onderschatten. Dit illustreert hij met een voorbeeld uit Boston, waar men met slimme vuilnisbakken werkt. Een prachtig verhaal, met vuilnisbakken die zelf registreren of ze geleegd moeten worden. Maar aan het einde van dat prachtige verhaal waren wel 25 mensen hun baan kwijt. “We onderschatten de impact. Ik hoop eigenlijk dat we al die fantastische technologie niet gaan gebruiken om minder mens te worden, maar om mensen te helpen, bijvoorbeeld bij het weer kunnen lopen, of bij het meer zelfredzaam worden. We gebruiken technologie om de menselijke kracht en pracht eruit te automatiseren, terwijl we het mijns inziens zouden moeten gebruiken om de menselijke kant te verrijken”.

Hij stelt de vraag die we onszelf misschien allemaal wel eens gesteld hebben: “moeten we dit wel echt willen?”. Moeten we willen dat we middels een VR-bril een minder gekwalificeerde persoon iets uit laten voeren dat hem vanuit India ingefluisterd wordt? Moeten we willen dat de wereld meetbaar is, dat we naar een gekwantificeerde HR gaan? Menselijk gedrag terugbrengen tot algoritmes en daar dan de ideale manager bij vinden? Lanting twijfelt, terwijl hij het juist ook enorm mooi vindt dat we ons op het snijvlak van het industriële tijdperk en het netwerktijdperk bevinden. Dat gebeurt namelijk niet zo vaak, dat je zoiets meemaakt. “En hoe snel het echt gaat, dat weten we niet. Daarbij komen met het toenemen van de technologische veranderingen óók nieuwe banen, zeggen ze dan. Maar ik heb nog maar weinig mensen uit horen leggen wat voor banen dat gaan worden. Maar dit speelt nu en het is niet nieuw, want tijdens de overgang van het agrarische tijdperk naar het industriële tijdperk is er ook jarenlang frictie geweest. Werkeloosheid, politieke frictie. Dat hebben we ook opgelost”.

De organisatie van de toekomst

Bij Saxion leiden we een generatie op voor wie dit in de toekomst misschien wel allemaal vanzelfsprekend wordt. Dat is het voor ons niet, maar voor hen wel. De vraag is dan ook: wat doen we in de tussentijd? Dat de technologie maar doorgaat; dat weten we nu wel, stelt Lanting. “Wat we niet weten maar wat wel enorm relevant is, is de wetenschap dat de politieke- , de sociale- én de organisatieontwikkeling áltijd in een trager tempo gaat. Altijd. Dit is door de geschiedenis bewezen als onomwonden feit. Dus als we het hebben over disruptie dan hebben we het niet per definitie over de zich in een razend tempo ontwikkelende technologie, nee, dan hebben we het over het onvermogen van organisaties om die snelle technologie te kunnen volgen”.

De zaal is muisstil. Hebben we het net over de medewerker van de toekomst, gaat het ineens over de organisatie, je eigen organisatie, die misschien helemaal niet toekomstbestendig is. Lanting kijkt langzaam rond. “Hier zit een deel van het antwoord, mensen. Organisaties zijn slecht in het innoveren van zichzelf. Niet wat betreft producten en diensten, maar in het innoveren op het gebied van hoe ze naar arbeidsrelaties en carrièrepaden kijken. Het antwoord op alle vragen over medewerkers in de toekomst gaan we niet vinden als we niet fundamenteel die structuur van organisaties onder de loep nemen. Elke innovatiegolf wordt geremd doordat de organisaties niet mee veranderen. Derhalve is er onvoldoende economisch rendement van al die mooie nieuwe technologie. Dat is dus de paradox: de medewerker van de toekomst heeft nog geen werkplek in de toekomst. En dáár moeten we mee aan de slag”.  

Lees ook: