Leestijd: 3 min

‘Onze praktische archeologische kennis is een enorm pluspunt.’

What’s in a name? Jette van der Veen, studente Archeologie, stond onlangs letterlijk met haar voeten in het veen om onderzoek te doen. Naar de techniek waarmee turfstekers zo’n 200 jaar geleden hun woningen bouwden, om precies te zijn. Niet alleen om het verleden te reconstrueren, maar juist met haar blik naar de toekomst. Dat Saxion als enige opleiding in Nederland HBO-geschoolde archeologiestudenten aflevert, maakt Jettes eigen toekomst alleen maar interessanter.

‘Onze praktische archeologische kennis is een enorm pluspunt.’

‘Onze praktische archeologische kennis is een enorm pluspunt.’

Jette (23): ‘Voor onze minor voor het uitstroomprofiel Materiaal, doken we met acht studenten in het onderwerp ‘zodenbouw’. In de vroege middeleeuwen begonnen landarbeiders in veengebieden met het steken van turf. Die turf verkochten ze niet alleen als brandstof, maar gebruikten ze ook om hun eigen huizen te bouwen. We onderzochten hoe dat bouwen in de praktijk moet zijn gegaan.’

De studenten richtten zich op het gebied van de Beulaker Wieden, in de kop van Overijssel. Precies de plek waar arme turfstekersgezinnen eeuwenlang probeerden een bestaan op te bouwen. Bij haar onderzoek probeerde Jette het gat te dichten tussen de vroege middeleeuwen en de 19e eeuw. ‘Over die tussenperiode is juist nog heel weinig bekend. Door literatuuronderzoek, experimenteren en zelf logisch nadenken, probeerden we een brug tussen beide bouwperiodes te slaan.’

Van het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten in Sint Jansklooster kwam toestemming om een put van zoden te bouwen.
Jette: ‘Veen is onder andere samengesteld uit modder, riet en plantenwortels. Als dat een tijd kan indrogen, wordt het stevig bouwmateriaal. Je kunt er niet te snel mee gaan bouwen, want het zakt altijd nog iets in. Dat zet geen zoden aan de dijk, zoals het bekende spreekwoord luidt.’ Dat inzakken stelde de studenten voor een uitdaging. ‘We besloten een put met een diameter van twee meter te bouwen, volgens het visgraatmodel. Door in twee richtingen te bouwen, blijft de constructie stevig als het veen later nog inklinkt.’

Biedt de natuurlijke samenstelling van veen geen enorme kansen voor duurzame oplossingen in de toekomst?

‘Zeker,’ aldus Jette. ‘In IJsland passen ze de visgraatmethode bijvoorbeeld ook toe. Daar heeft men een heel kloostercomplex met zoden gebouwd. Dat gebouw staat er al een aantal jaren. Wij gaan kijken hoe onze eigen put er over een paar maanden bijstaat. Naar het gebruik van turf als duurzaam bouwmateriaal kan nog zoveel onderzoek gedaan worden.’

Jette vond het waardevol om het materiaal waar ze onderzoek naar deed ook echt in handen te hebben. ‘We moesten zelf nog een aantal stukken veen afsteken en voelden direct hoe heftig dat werk is. Ik besefte zo ook hoe zwaar onze voorouders het in die gebieden hebben gehad. Dat was eigenlijk de extra ervaring die dit project me opleverde.’

Ze werkt momenteel aan haar afstudeeronderzoek over het inzetten van drones bij archeologisch werk. Een heel andere tak van sport dan het bouwen van een veenput, maar ook gericht op de praktische kant van de archeologie. ‘Het werkveld is erg geïnteresseerd in mensen die van onze opleiding afkomstig zijn, hoor ik van afgestudeerden. Deze Saxion-opleiding is uniek voor Nederland. De praktische kennis die we meebrengen, is waardevol. Een enorm pluspunt, vind ik.’ 

Lees ook: