Leestijd: 2 min

Stiltecoupé

Hoe komt het eigenlijk dat alles wat niet mag zo’n immense aantrekkingskracht heeft op de mens. Misschien een karaktereigenaardigheid, maar als ik een bordje zie met ‘Gras niet betreden’ krijg ik ineens de onweerstaanbare behoefte om op dat gras te gaan lopen. Terwijl die behoefte er toch daarvoor nog niét was.

Stiltecoupé

Stiltecoupé
Foto: Gerard Stolk/Flickr

Hetzelfde geldt voor ‘Stilte s.v.p’ en ‘Denk niet aan de roze olifant’. In dat kader is het trouwens ook altijd bijzonder dat we zeggen ‘Ik wil niet vervelend/lastig zijn, maar.. ‘ of ‘Ik wil niet inbreken in je verhaal..’ . Eh ja, eigenlijk wil je juist wél inbreken, lastig zijn of vervelend doen. Wind er dan ook geen doekjes om, denk ik dan.

In de stiltecoupé mag je ook een heleboel niet. Praten bijvoorbeeld. Ik zit daar zelf graag om wat te doen aan de groeiende stapel boeken, kranten en tijdschriften die ik nog wil lezen. Op de een of andere manier gebeurt het mij altijd dat er hele gezinnen met schreeuwende kinderen, pochend bellende zakenlui, reizende damesclubjes, oude dametjes of een combinatie ervan mij in voornoemde stiltecoupé vergezellen.

‘Als je geluk hebt volgt er dan een mooie discussie…’

Dan is het wachten op de eerste zure vrucht die eerst voorzichtig zijn keel schraapt, vervolgens overgaat in een steeds harder wordend humhum (wat eigenlijk nog irritanter is dan het andere geluid in de stiltecoupé). Vervolgens komt het moment dat hij (ja, het is echt vaak een hij) opstaat en de gezinnen/zakenlui/clubjes/oude dametjes fijntjes wijst op dat ze zich in een stiltecoupé bevinden. Als je geluk hebt volgt er dan een mooie discussie, soms met escalatie tot gevolg, maar meestal vervalt de terechtgewezene in een ongemakkelijk stilzwijgen. Waarop de zure vrucht zich triomfantelijk verkneukelt over zijn geslaagde missie.

Afgelopen zaterdag zat ik in zo’n coupé. Samen met een gezin en een Chinese oude dame met haar dochter. Ik heb me een tijdje af zitten vragen of ik wel of niet een zure vrucht ben. Ik kwam tot de conclusie dat een stiltecoupé intolerantie eigenlijk alleen maar versterkt,  want stilte is er niet in het openbare leven en hoeft er ook niet te zijn. Pratende kinderen, lachende mensen, smakkers, ritselaars en bellers. Allemaal geluiden die gewoon part of life zijn. Het lijkt een beetje symptomatisch voor deze tijd: dat wat ik niet wil zien of horen, sluit ik gewoon uit. Terwijl het soms mooier is er zonder oordeel naar te kijken of luisteren. Ik besloot mijn eigen advies op te volgen en wat bleek: het lezen lukte best. Er werden billendoekjes en druiven (in die volgorde) uitgewisseld en de Chinese oudere vrouw kreeg een onbedaarlijke lachbui. Toch leuk, zo’n stiltecoupé.

Lees ook: