Leestijd: 3 min

'Het woord kennis heeft een andere betekenis gekregen'

“Meneer, moeten we voor dit vak nog een boek kopen? En staat dit op de boekenlijst?” Bij vrijwel elk nieuw vak worden we als docenten met deze vraag geconfronteerd. Dit boekenparadigma is echter volledig door de tijd ingehaald en het begrip kennis heeft een compleet nieuwe dimensie gekregen.

'Het woord kennis heeft een andere betekenis gekregen'

'Het woord kennis heeft een andere betekenis gekregen'
Foto: Tessa Wiegerinck

Vrijwel overal hoor, zie en lees je dat het onderwijs aan grote veranderingen onderhevig is en ingrijpend wordt gereorganiseerd. Als beroepsprofessional in de onderwijspraktijk houdt dit onderwerp me intensief bezig: hoe zou het er uit moeten zien en welke mogelijkheden zijn er? Natuurlijk is dit een lastig te beantwoorden vraag, maar meer en meer ben ik ervan overtuigd dat we een groot deel van onze onderwijsmentaliteit nog baseren op de vorige eeuw: een leven lang naar school, daarna studeren en kennis opslaan. Kennis wordt hierbij gezien als individueel bezit dat wordt verworven door het in ons hoofd vast te zetten.

‘Kennis is een kader geworden waarin we weten waar feiten te vinden zijn’

Kennis heeft inmiddels echter een compleet nieuwe dimensie gekregen en het is de vraag of dit woord als zodanig nog volstaat. Kennis is een kader geworden waarin we weten waar feiten te vinden zijn. We moeten de kern van een probleemstelling aangeven en weten wat er in het werkveld speelt. Moderne ‘kennis’ is dus meer een mentaliteit geworden, waarbij het gaat om nieuwsgierigheid en de toewijding om te kunnen zoeken.

 

Deze ontwikkeling roept vragen op en heeft het lef nodig om anders te denken. Nu zetten we de tafels uit elkaar bij toetsing, maar moeten deze niet naar elkaar toe? Het betekent ook dat studenten - gelet op de enorme verkrijgbaarheid en verandersnelheid van kennis - niet meer moeten verwachten dat een docent werkelijk alles weet en dit slechts aan hen komt overdragen. Docenten moeten ook gaan inspireren, faciliteren, coachen, verbinden, uitdagen en hogere eisen stellen als het gaat om samenwerken en het zelf nemen van verantwoordelijkheid door studenten.

 

Voor dit laatste onderdeel heb ik contact gezocht met Laura Jonker van de afdeling research & intelligence van de KNVB. Laura studeerde bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit van Groningen en promoveerde enkele jaren geleden binnen het Centrum voor Bewegingswetenschappen van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) op het onderwerp self-regulation in sport and education. Uit dit onderzoek blijkt een sterk verband tussen sporten en het presteren op school: door het sporten verbeteren jongeren immers hun vermogen tot zelfregulatie. Ofwel, ze leren zelf hun doel te bepalen, zelf te beslissen wat nodig is om dat doel te bereiken en deze vaardigheden komen dus met name in de schoolbanken goed van pas. Ook tal van andere onderzoeken wijzen op dezelfde relatie. Zo is er bijvoorbeeld sterk bewijs voor positieve effecten van sport en bewegen op de hersenstructuur en executieve functies zoals het snel wisselen tussen taken, besluiten nemen, werkgeheugen en prioriteiten stellen.

'Ook op dit niveau is lef nodig om anders te denken' 

De onderzoeken onderstrepen andermaal het belang van sport voor de verdere ontwikkeling van jongeren. Eén van de meest gedenkwaardige momenten in de onlangs afgelopen politieke campagne was voor mij dan ook de noodkreet van Clarence Seedorf omtrent het negeren van de kracht van sport door de politiek, zichtbaar in de minimale investeringen van 200 miljoen euro. Ook op dit niveau is het lef nodig om anders te denken en verder te kijken dan onze eigen onderwijssector: verbetering van de kwaliteit van het onderwijs wordt beter bereikbaar door sport.

Lees ook: